Bij buikvet kijk ik als darmtherapeut eerst naar..

Bij buikvet kijk ik als darmtherapeut eerst naar..

Buikvet is niet altijd simpelweg een kwestie van te veel eten en te weinig bewegen.

Als iemand bij mij komt met de vraag: “Waarom krijg ik dat buikvet er maar niet af?”, kijk ik daarom naar het hele plaatje.
Want verschillende systemen in je lichaam beïnvloeden elkaar.

1. Voeding
Ik kijk niet alleen naar hoeveel je eet, maar vooral naar wat je eet en hoe je maaltijden zijn opgebouwd.

Eiwitten helpen bij het behoud en de opbouw van spiermassa en zorgen bovendien voor een goede verzadiging.

Vezels uit groenten, fruit, peulvruchten, noten en zaden helpen je langer verzadigd te blijven en zorgen voor een geleidelijkere opname van koolhydraten. Daarnaast zijn vezels belangrijk voor je darmbacteriën.

Vetten zijn belangrijk voor onder andere je hormoonproductie, celmembranen en verzadiging.
De kwaliteit van de vetten maakt daarbij verschil.

Ook kijk ik naar de combinatie en volgorde van je voeding. Een maaltijd met voldoende eiwitten, vetten en vezels heeft een stabiliseerende invloed hebben op je bloedsuiker dan een maaltijd die vooral uit snel beschikbare koolhydraten bestaat.

2. Beweging & spiermassa

Bewegen is belangrijk, maar ik kijk niet alleen naar hoeveel je beweegt.

Spieren zijn namelijk grote gebruikers van glucose. Hoe meer actieve spiermassa je hebt, hoe meer glucose je lichaam kan gebruiken als brandstof. Krachttraining helpt daarom niet alleen om sterker te worden, maar ondersteunt ook je bloedsuikerregulatie en insulinegevoeligheid.

Zeker naarmate we ouder worden, wordt het steeds belangrijker om spiermassa actief te onderhouden.

3. Stress

Je lichaam maakt bij stress onder andere cortisol aan. Dat hormoon helpt om snel energie beschikbaar te maken wanneer dat nodig is.

Maar wanneer je langdurig veel stress ervaart, kan dit invloed hebben op je bloedsuiker, insuline, eetlust en herstel.

Je lichaam krijgt dan voortdurend signalen om alert te blijven, terwijl het juist ook momenten van rust en herstel nodig heeft.

4. Slaap

Slaap is een belangrijke pijler van je stofwisseling.

Bij onvoldoende of slechte slaap kunnen je honger- en verzadigingssignalen veranderen en kan je lichaam minder goed omgaan met glucose. Ook je insulinegevoeligheid kan hierdoor beïnvloed worden.

En juist tijdens de peri-menopauze kan slaap een uitdaging worden door bijvoorbeeld nachtelijk wakker worden, opvliegers of hormonale veranderingen. Daardoor kunnen stress en slaap elkaar vervolgens ook weer versterken.

5. Hormonen

Tijdens de peri-menopauze en overgang verandert je hormoonhuishouding. Oestrogeen en progesteron gaan meer schommelen en uiteindelijk daalt vooral het oestrogeen dat je eierstokken produceren.

Oestrogeen doet meer dan alleen je cyclus regelen. Het speelt ook een rol bij je stofwisseling, insulinegevoeligheid en de manier waarop je lichaam vet opslaat.

Wanneer je oestrogeen verandert, kan ook je vetverdeling veranderen. Je lichaam kan relatief makkelijker vet rond je middel en in de buikholte opslaan.

Dat kan verklaren waarom je lichaam rond de overgang anders kan reageren, zelfs als je niet ineens anders bent gaan eten.

6. En als darmtherapeut kijk ik natuurlijk ook naar je darmen

Je darmen staan niet los van de rest van je lichaam.

Ik kijk onder andere naar je spijsvertering, darmmilieu, darmslijmvlies en opname van voedingsstoffen. Ook de verbinding tussen je darmen, immuunsysteem, stofwisseling en hormoonhuishouding neem ik mee.

Want wanneer je wilt begrijpen waarom je lichaam verandert, is het zelden één losstaand onderdeel dat het hele verhaal vertelt.

Dus: buikvet aanpakken is wat mij betreft niet hetzelfde als simpelweg minder eten.

Het gaat om begrijpen wat er in jouw lichaam gebeurt, welke factoren elkaar beïnvloeden en waar je lichaam ondersteuning nodig heeft.

Want soms is de belangrijkste vraag niet: “Hoe kan ik minder eten?” maar: “Waarom houdt mijn lichaam dit vast?”

Bekijk hier de reel over: Bij buikvet kijk ik als darmtherapeut eerst naar..

Blogs die jij misschien ook interessant vindt: